“We gaan het land teruggeven aan de hardwerkende Nederlander.”
Met deze woorden lichtte premier Rutte de presentatie toe van zijn eerste Regeer- en Gedoogakkoord, in september 2010. Ruttes uitspraak riep verontwaardigde reacties op. Rutte zou een tweedeling creëren tussen arm en rijk, en tussen autochtoon en allochtoon. Hoe moet Nederland teruggeven geduid worden? Hoe is te verklaren dat deze woordkeuze zulke heftige reacties oproept?
Teruggeven activeert een afpakkader
Ko Colijn schreef in Vrij Nederland dat teruggeven suggereert dat er eerder iets is weggegeven. Het ene woord roept het andere op.
Die intuïtie van Colijn strookt met de visie van psychologisch georiënteerde taalkundigen, zoals George Lakoff. Volgens Lakoff staat een woord als teruggeven niet op zichzelf, maar activeert zij automatisch het grotere geheel waarin zij is ingebed. Dit grotere geheel wordt een frame genoemd, Engels voor kader. Denk aan een uitspraak als in het kader van de verkiezingen is er een debat op Nederland 1.
In de uitspraak van Rutte is het grotere kader denk ik niet zozeer weggeven maar afpakken. Het woord teruggeven activeert een afpakkader waarin een dader een voorwerp afpakt van een slachtoffer. Het kader beschrijft niet één bepaalde gebeurtenis, maar de structuur die een aantal gebeurtenissen gemeenschappelijk hebben.
Het afpakkader heeft vier rollen: dader, voorwerp, slachtoffer en hersteller. Om het het kader concreet te maken moeten voor elke rol iets of iemand worden ingevuld. In de uitspraak van Rutte is Nederland het voorwerp en de hardwerkende Nederland het slachtoffer. Rutte werpt zijn nieuwe kabinet op als hersteller. De dader blijft in de zin zelf onbenoemd. Rutte geeft hiervoor geen expliciete aanwijzing: het moet uit de context worden opgemaakt. De zin die volgt suggereert dat de grote overheid de boosdoener is: “En dat doen we door minder ambtenaren”. Dit past bij de liberale overtuiging van Rutte: minder overheid en meer markt.
Taalkundigen zoals Lakoff gaat er vanuit dat wie Ruttes woorden hoort onbewust een scenario afspeelt waarin De Grote Overheid Nederland afpakt van De Nederlander, en waarin de regering die Rutte presenteert voor het slachtoffer opkomt. Dit wordt een mentale simulatie genoemd. Een doen alsof, waarbij je delen van het brein die gaan over concrete lichamelijke ervaringen (zoals iets vastpakken) gebruikt om over het abstractere domein van de politiek na te denken.
Een cognitief kader verbindt niet alleen woorden met elkaar, maar roept ook automatisch bepaalde bijbehorend emoties op. In dit geval: woede en verontwaardiging over het onrecht dat is geschied. Denk aan vroeger toen je broer of zus speelgoed van je afpakte. Of aan je rugzak die werd afgepakt in de brugklas. De keerzijde is: blijdschap dat Rutte is opgestaan om in naam van Nederland het onrecht te herstellen. Hij is de hersteller in het scenario: moeder die je speelgoed teruggeeft, de vriend die je rugzak terugbezorgt. Rutte wil dus maar zeggen: de hardwerkende Nederlander kan blij met hem zijn en de De Grote Overheid heeft hem te vrezen.
Dit verschil in emotie maakt duidelijk dat Rutte hier niet spreekt als premier van alle Nederlanders, maar als leider van de VDD. Zijn Nederland is niet voor alle Nederlanders, maar alleen voor hen die net als hij een kleinere overheid en meer markt voorstaan. In verkiezingstijd zou met Ruttes uitspraak niets mis zijn, maar het is de vraag of het een goede begin is voor een aantredende premier.
Meer voorbeelden van het afpakframe
In maart 2011 deed Rutte het, in reactie op de uitslag van de provinciale verkiezingen nog eens dunnetjes over: “We gaan Nederland teruggeven aan de Nederlanders.” Omdat de toevoeging hardwerkende deze keer ontbrak was een nationalistische interpretatie gauw gemaakt. Dit werd nog versterkt doordat gedoogpartner Geert Wilders er als de kippen bij was om het afpakkader te gebruiken voor zijn eigen nationalistische verhaal. “We gaan Limburg teruggeven aan de Limburgers, we gaan Friesland teruggeven aan de Friezen en we gaan Nederland teruggeven aan de Nederlanders.” Gezamenlijk roepen deze uitspraken het scenario op van een Nederland dat is afgepakt van de oorspronkelijke bewoners en is weggeven aan immigranten, of Europa. En daardoor indirect: woede op immigranten, Europa, en hun pleitbezorgers.
Een iets grimmigere variant op het afpakkader spreekt van terugveroveren. Er wordt dan de suggestie gewekt van strijd: de tijd van teruggeven is nog niet gekomen, er moet eerst nog gevochten worden om Nederland terug te winnen. Geert Wilders na zijn overwinning in Almere en Den Haag, in maart 2010: we gaan “Nederland terugveroveren op de linkse elite die gelooft in de multikul en het knuffelen van misdadigers”. Het voorwerp blijft gelijk (Nederland), maar de daders zijn nu multiculturalisten en misdadigers. Dit suggereert ook een andere invulling van de slachtofferrol: het zijn de oorspronkelijke bewoners die recht hebben op een land. Zij zijn de enigen van wie Nederland kan worden afgepakt.
Mark Rutte in datzelfde jaar: “We moeten Nederland terugveroveren op de hufters”. De film
Doodslag opent met deze uitspraak en geeft een concreet voorbeeld van hufterig gedrag: een ambulancebroeder wordt lastig gevallen door jongeren en haalt uit naar één van hen. In de daderrol deze keer straatjongeren, in de slachtofferrol een hardwerkende Nederlander in overheidsdienst. Het lijdend voorwerp blijft steeds gelijk: Nederland wordt denkbeeldig heen en weer geschoven tussen mensen die er recht op hebben en mensen die het zich ten onrechte toe-eigenen.
We denken met ons brein
Hoe zijn we in staat de uitspraken van Rutte en Wilders te interpreteren? Volgens George Lakoff wordt de betekenis van uitspraken ‘berekend’ door het brein. Denken is een fysiek proces dat in het brein plaatsvindt. Wat gebeurt er in het voorbeeld waarmee ik begon?
Stap 1: het woord teruggeven activeert de rol van hersteller in het afpakframe. Het afpakframe is wat Lakoff een gestalt circuit noemt: een groep neuronen die zodanig met elkaar zijn verbonden dat, als voldoende neuronen die tot de groep behoren vuren, de hele groep vuurt. In dit geval zijn de rollen van dader, slachtoffer, voorwerp en hersteller zijn onderdelen van de groep. Zodra de rol van hersteller is geactiveerd, worden de andere rollen automatisch ook geactiveerd. Nu zijn die aspecten van afpakken en teruggeven geactiveerd waar je bewust controle over hebt: je aandacht op een voorwerp richten, je hand ernaar toe bewegen, het voorwerp vastpakken.
Stap 2: het afpakframe activeert een mentale simulatie. Op het moment dat je een voorwerp vastpakt en verplaatst gebeurt er veel meer in je lichaam dan waar je je bewust van bent. In een mentale simulatie gaan die elementen meespelen. In het brein verspreidt de activering zich naar zogenaamde spiegelneuronen. Deze vuren als je zelf iets vastpakt, maar ook als je iemand anders dat ziet doen, of als je je voorstelt dat je iets vastpakt. Dit stelt je in staat te voelen hoe het is om iets vast te pakken zonder het echt te doen. Het roept de lichamelijke sensaties en emoties op die erbij horen. Hierdoor kun je je voorstellen wat Rutte bedoelt als hij het heeft over iets teruggeven.
Alternatieven
Als een kader eenmaal geactiveerd is wordt het lastig om buiten dat kader te denken. En hoe vaker neuronen samen vuren hoe sterker de verbinding er tussen wordt. Het lijkt alsof er geen andere manier is om de boodschap te framen. Maar dat is een illusie.
Hoe zou Ruttes uitspraak anders gekaderd kunnen worden? Een eerste mogelijkheid is om het frame gelijk te houden, maar de rollen anders in te vullen. Je kunt de rollen evengoed omdraaien: door overheidsbedrijven als de NS te verkopen hebben rechtse partijen Nederland verkocht aan kapitaalbezitters, en het is aan linkse partijen om Nederland aan terug te geven aan de werkende Nederlander.
Het probleem van dit alternatief is dat je door in het afpakframe te stappen dezelfde emoties en associaties op blijft roepen, maar ze alleen anders richt. De suggestie dat de ene groep burgers meer recht zou hebben op Nederland blijft bestaan, evenals de woede over het onrechtmatig afpakken van Nederland. Het roept een eindeloze spiraal op, want terugpakken is ook afpakken.
Dit is problematisch voor een democraat. Elke burger heeft immers recht op Nederland, of hij nu renteniert, werkt, of in de bijstand zit, en of zijn familie hier al generaties woont of uit immigranten bestaat. En als Nederland al is verkocht of weggeven dan is dat gebeurd na eerlijke democratische verkiezingen volgens de spelregels die we met elkaar hebben afgesproken. Niks afgepakt!
Er is daarom een radicaler alternatief nodig, dat een ander frame hanteert. In plaats van politieke conflicten te framen in termen van afpakken en teruggeven, kunnen ze beter gekaderd worden als een eerlijk debat tussen redelijke burgers waarin soms de ene partij het pleit wint en soms de andere partij. Rutte had ook kunnen zeggen: ‘We hebben Nederland overtuigd en de ruimte gekregen om het anders te doen.’ Of iets steviger: ‘we eisen onze plaats op in Nederland’.
Bronnen
Ko Colijn, ‘Nederland teruggeven aan de Nederlanders’? Wat wil onze premier eigenlijk?, Vrij Nederland 9 maart 2011
Jerome Feldman (2006) From molecule to metaphor: a neural theory of language, p. 145-148.
George Lakoff (2008) “The Neural Theory of Metaphor”. In Raymond W. Gibbs (ed.), The Cambridge Handbook of Metaphor and Thought, p. 17-38
Annil Ramdas, “Hardwerkende Nederlanders”, De Groene Amsterdammer, 30 maart 2011.
Ewoud Sanders, “Nederland teruggeven aan de Nederlanders; Woordhoek”, NRC Handelsblad, 7 maart 2011.