In de psychologie en philosophy of mind richt ik me op het vermogen menselijk handelen te begrijpen. Wat stelt mensen in staat het gedrag van anderen begrijpen en hoe komt het dat sommige mensen (zoals autisten) dit minder goed kunnen? Uiteindelijk gaat het me om de politiek dimensie hiervan: onder welke condities zijn burgers in staat elkaars gedrag te begrijpen? Hoe kan wederzijds begrip worden gestimuleerd?
Theory-of-mind
De vraag wat mensen in staat stelt het gedrag en de intenties van anderen te begrijpen is de inzet van het theory of mind debat. De dominante benaderingen in dit debat (theorie-theorie en simulatie-theorie) gaan er vanuit dat iemands gedrag begrijpen een hogere cognitieve vaardigheid is, waarbij je probeert het gedrag van anderen te verklaren en te voorspellen. Mijn onderzoek richt zich op twee alternatieven die de pre-theoretische ervaringsdimensie van menselijke handelen centraal stellen.
Belichaamde mentale simulatie
Volgens de theorie van mentale simulatie gebruiken mensen hun eigen ervaringen om anderen te begrijpen. Eigen ervaringen uit het verleden worden opnieuw opgeroepen en geprojecteerd op de ander. Zo wordt de geest van de ander gesimuleerd. Dit proces van simulatie stelt mensen in staat afstand te nemen van het hier en nu en zich in te leven in een andere tijd, plaats, persoon of perspectief. Dit wordt wel mentaal ‘reizen’ genoemd. Ik noem het afstand nemen. De hermeneutiek van Dilthey kan worden gezien als een voorloper van deze benadering.
De theorie van belichaamde mentale simulatie onderscheidt zich door het idee dat in simulaties lagere cognitieve structuren (voor waarneming en beweging) worden hergebruikt voor hogere cognitie (abstract denken). Deze theorie ligt ten grondslag aan de verklaring van metaforen en verhalen in de cognitieve taalkunde.
The theorie van belichaamde mentale simulatie doet meer dan theorie-theorie en simulatie-theorie recht aan het pre-theoretische karakter van begrijpen. Het is echter de vraag of zij voldoende recht doet aan het intersubjectieve karakter van begrijpen, zoals Vittorio Gallese beweert.
Gedeelde praktijken
Een tweede alternatief gaat er vanuit dat cognitie gegrond is in gedeelde praktijken. Om iemands gedrag te begrijpen maak je geen simulatie van zijn innerlijk maar kijk je naar de betekenis die zijn gedrag krijgt binnen de context waarin het plaatsvindt. Deze benadering is veel sterker beïnvloedt door de filosofische tradities van de fenomenologie en de hermeneutiek.
Shaun Gallagher legt de nadruk op belichaamde praktijken. De intenties en het gedrag van anderen zijn niet los te begrijpen van de intersubjectieve context waarin zij plaatsvinden.
Daniel D. Hutto benadrukt het narratieve karakter van gedeelde praktijken. We kunnen ons inleven in anderen doordat we gedeelde normen die vervat zijn in verhalen hebben geïnternaliseerd.
Deze benaderingen hebben meer oog voor de bredere context waarin het menselijk handelen plaatsvindt. Om iemands gedrag te begrijpen moet je de intersubjectieve en narratieve context begrijpen waarin hij of zij handelt. Het is echter de vraag of dit voldoende recht doet aan het belang van culturele en levensbeschouwelijke tradities. Hier kunnen de hedendaagse filosofische hermeneutiek en sociologische benaderingen een aanvulling zijn.