Burgerschap Blog

Over participatie en afstand nemen


Home > Vakgebieden > Taalkunde

Taalkunde

In de taalkunde richt mijn onderzoek zich op de cognitieve taalkunde. Deze stroming gaat er vanuit dat ons taalgebruik conceptuele processen weerspiegelt. Er wordt daarbij uitgegaan van de psychologische theorie van belichaamde mentale simulatie, die zegt dat we in onze taal en ons denken voortdurend gebruik maken van basale lichamelijke ervaringen zoals iets vastpakken of om iets heen lopen. Als iemand bijvoorbeeld spreekt van een emotionele ‘blokkade’, dan gebruikt hij zijn concrete ervaring met fysieke obstakels om over het abstractere domein van emoties na te denken.

De Neurale Theorie van Taal van Jerome Feldman beschrijft hoe belichaamde mentale simulaties ‘berekend’ worden door het brein. Zijn taalkundige collega’s hebben modellen ontwikkeld om de cognitieve operaties die aan het werk zijn in taalgebruik te analyseren. Ik richt me op twee modellen.

Gilles Fauconnier en Mark Turner beschrijven simulaties in termen van verzamelingen en koppelingen daartussen. Zij noemen die verzamelingen mentale ruimten. Bij conceptuele integratie worden delen van verzamelingen samengebracht om een nieuwe ‘ruimte’ te vormen. In Nederland schrijven Esther Pascual en Kashmiri Stec over dit onderwerp. Christopher Hart past de theorie toe op het Britse immigratiedebat.

Paul Chilton analyseert belichaamde simulaties met behulp van vector geometrie. De nabijheid en afstand van elementen in een discours worden weergeven langs drie assen: van tijd, plaats en modaliteit. Dit wordt de Deiktische Ruimte Theorie (DST) genoemd.

Ik pas deze twee modellen toe op twee politieke onderwerpen: burgerschap en positionering.

Burgerschapsamenstellingen

Een eerste onderzoeklijn gaat over de vorming van nieuwe samenstellingen van een bijvoeglijk en een zelfstandig naamwoord (adjective–noun compounds). Ik onderzoek een specifieke casus: de vorming van nieuwe combinaties met het woord burgerschap, zoals cultureel burgerschap en wereldburgerschap.

Daarbij baseer ik me op het werk van Mark Turner, Gilles Fauconnier, Seana Coulson en Eve Sweetser. Zij gaan uit van mentale ruimte theorie.

Positionering

Een tweede onderzoekslijn richt zich op positionering, met name afstand nemen, als een cognitief en linguïstisch proces. Veel cognitiewetenschappers gaan er vanuit dat we onze lichamelijke ervaring met ruimte gebruiken om over abstracte concepten na te denken, zoals tijd en waarheid. Ik onderzoek de relatie tussen ruimtelijke afstand en meer abstracte vormen van ‘afstand’, zoals sociale afstand en metalinguïstische afstand.

Ik baseer me het werk van Barbara Dancygier en Lieven Vandelanotte, die verschillende vormen van afstand nemen analyseren met behulp van de theorie van mentale ruimten. Paul Chilton en Piotr Cap focussen op de tegenovergestelde beweging van toenadering (proximization), aan de hand van Chiltons DST model.