Burgerschap Blog

Over participatie en afstand nemen


Home > Woordenlijst > Burgerschap

Burgerschap

Het woord burgerschap werd oorspronkelijk gebruikt om aan te duiden dat iemand deel uitmaakt van een stad. Tegenwoordig is de dominante betekenis echter staatsburgerschap: inwoner zijn van een staat. In die betekenis is het vergelijkbaar met Nederlanderschap.

In de politieke theorie is er veel discussie over de vraag wanneer iemand deel uitmaakt van een staat. Is het om volwaardig burger van Nederland te zijn voldoende dat je een Nederlands paspoort hebt? Of houdt burger zijn in dat je actief participeert in de samenleving, bijvoorbeeld door te stemmen, vrijwilligerswerk te doen, of een betaalde baan te hebben?
Je kunt burgerschap in dit opzicht vergelijken met het bekendere woord lidmaatschap. Als je lid bent van een voetbalclub is het dan genoeg dat je contributie betaald, of mag er ook van je worden verwacht dat je meehelpt in de kantine of de voetbalshirtjes wast?

Etymologie

Het woord burgerschap wordt gevormd door burger met het achtervoegsel schap.

Het woord burger bestaat ook weer uit twee delen: burg + er.
Het eerste deel komt van dezelfde stam als burcht. Dit is een oud woord voor een verdedigingswerk, kasteel, of stad. Je komt het als achtervoegsel nog tegen in plaatsnamen zoals Middelburg en Straatsburg.
Het tweede deel is het achtervoegsel -er of -aar. Dit wordt gebruikt om de inwoner van een plaats aan te duiden, zoals in Antwerpenaar.
Burger betekent oorspronkelijk dus: inwoner van een stad of kasteel. Later werd het woord ook gebruikt voor de inwoner van een land, en dat is nu de dominante betekenis. De oude betekenis stad klinkt nog door in het woord burgermeester.

Het woord burgerschap wordt gevormd door het zelfstandig naamwoord burger te combineren met het achtervoegsel -schap. Dit komt van het werkwoord scheppen (vormen) en wordt gebruikt om een vorm of toestand aan te duiden.
Er zijn veel woorden in het Nederlands die bestaan uit een zelfstandig naamwoord met het achtervoegsel -schap. Bijvoorbeeld: waterschap, landschap, vaderschap, vennootschap, zeemanschap.

Het woord burgerschap duidt oorspronkelijk dus op het inwoner zijn van een stad of staat. Politieke discussies rond burgerschap gaan over de vraag hoe die algemene betekenis concreet moet worden ingevuld: wanneer ben je ‘volledig’ inwoner van een staat?