Geletterdheid was oorspronkelijk gekoppeld aan geschreven taal: het beheersen van geschreven taal, in eerst instantie passief (lezen), en in tweede instantie actief (schrijven). Tegenwoordig wordt het vaak in bredere zin gebruikt, voor competenties die niets meer met taal te maken hebben. Visuele geletterdheid duidt bijvoorbeeld op het kunnen ‘lezen’ en creĆ«ren van afbeeldingen.
Etymologie
Het woord geletterdheid wordt gevormd door geletterd gevolgd door het achtervoegsel -heid.
Ons woord letter is afgeleid van het Latijnse woord littera (letters, tekens, geschrift). Geletterd is een afleiding met het voorvoegsel ge- en betekent belezen of geleerd. Het achtervoegsel -heid wordt gebruikt om een zelfstandig naamwoord te vormen dat een toestand of hoedanigheid uitdrukt. Geletterdheid duidt de hoedanigheid aan van iemand die kan lezen of leren. In de eerste betekenis is het synoniem aan alfabetisme: de beheersing van het alfabet.
Samenstellingen
Het zelfstandig naamwoord geletterdheid wordt vaak gebruikt in combinatie met een ander naamwoord. Deze samenstellingen zijn in twee groepen op te delen.
- Samenstellingen met een zelfstandig naamwoord: mediageletterdheid, toetsgeletterdheid, cijfergeletterdheid, milieugeletterdheid.
- Samenstellingen met een bijvoeglijk naamwoord: culturele geletterdheid, functionele geletterdheid, visuele geletterdheid, religieuze geletterdheid, digitale geletterdheid.